Vragen aan de molenaar

Hoe werkt een windmolen?
Molenaar Johannes: "De energiebron, de wind, drijft het wiekenkruis aan. De twee molenroeden (met elk twee wieken) zijn bevestigd in de bovenas van de molen. Om deze as is een wiel aangebracht, het bovenwiel, dat met de as meedraait en de beweging overbrengt op de koningspil. Deze lange, verticale balk drijft bij een korenmolen de maalstenen aan, of bij een poldermolen het scheprad of de vijzel, waardoor het water opgepompt wordt.

De meeste oude molens draaien tegen de klok in (linksom als je ervoor staat). Dat is zo omdat de as waarop de wieken zijn bevestigd vroeger van hout was. Zo'n balk is op zijn sterkst als hij linksom draait. Sinds 1900 worden de assen van ijzer gemaakt. De meeste moderne molens (windturbines) draaien rechtsom dus met de klok mee. De molenaar kan de kap van de molen draaien (kruien heet dat) om de wieken op de wind te zetten. Bij wind van achter zou de molen achteruit gaan draaien en omdat het remsysteem dan niet meer werkt is dat heel gevaarlijk."

Wat doet een molen allemaal?
Molenaar Johannes: "Daar kan ik drie antwoorden op geven:

  1. Een windmolen draait op windkracht en dat is een schone en goedkope vorm van energie
  2. Een windkorenmolen produceert meel en de reststoffen als kaf en dergelijke zijn nog te gebruiken als veevoer, geen afvalstoffen dus!
  3. Een molen is eigenlijk een fabriek maar heel wat mooier om te zien!


Ik zal je vertellen wat ik op mijn molen doe. Eerst maak ik de wieken los van de veiligheidskettingen en de bliksemafleider. Ik haal boven in de molen de stutten weg die de molen beletten om bij storm vanzelf te gaan draaien. Dan kijk en voel ik of de molen wel goed op de wind staat. Zo niet dan krui ik de molen in de goede richting. Daarna voel en kijk ik hoe hard de wind waait. Bij zachte wind zet ik zeilen bij. Daarna trek ik met de wipstok de vang (de rem) los en dan gaan de wieken draaien. Als we willen stoppen leg ik de vang er weer op om de molen stil te zetten. Daarna beveilig ik de molen weer met alles wat ik in het begin heb verteld."

Wat is het verschil tussen de verticale-as-windmolen en horizontaal-as-windmolen?
Molenaar Johannes: "In Oost-Iran en Afghanistan kun je nog vinden ruïnes van verticale windmolens vinden. In een van steen gebouwde koker, met één of meerdere windsleuven (windturbine) draait een rechtopstaand windrad (soms met wel 12 vleugels). De molenstenen kunnen zowel onder als boven geplaatst worden. De eerste vermeldingen van dit soort molens dateren uit 900 na Christus. De eerste berichten over horizontale as windmolens komen uit de periode rond 1200 na Christus. Waarschijnlijk zijn onafhankelijk van elkaar (en ook onafhankelijk van eerder genoemde Perzische molens) standaardmolens en torenmolens ontstaan. De (houten) standaardmolen in Vlaanderen rond 1180 na Christus en de stenen torenmolens in het Middellandse zeegebied, bijvoorbeeld Griekenland in 1249 na Christus."

Wat zijn de verschillen tussen vroeger en nu?
Molenaar Johannes: "Een moeilijke vraag omdat er zoveel antwoorden mogelijk zijn! Ik geef er een: Het grootste verschil tussen vroeger en nu (wat molens betreft) is dat vroeger de wind de energie leverde om een molen te laten draaien en het werk te doen waarvoor de molen gebouwd was (meel, tras, verf of eikenrun malen, zagen, pletten, olieslaan, vruchten persen, water uitmalen enz.) en dat nu de energie komt van benzine, gas, olie en elektrische motoren. Gemakkelijk zul je zeggen maar het geeft ook veel milieuproblemen... Een windmolen werkt schoon."

Wat wordt bedoeld met burgemeester en spruiten?

Molenaar Johannes: "De lange en de korte spruit zijn twee balken die dwars door de kap van de molen steken en aan de buitenkant vastzitten aan de schoren. Die zitten beneden weer vast aan een andere zware balk: de staart. En op deze staartbalk zit onderaan weer een krui-rad of krui-lier waarmee je aan een ketting kan trekken. Op deze manier trek je de hele kap (met de wieken erbij om en nabij 15 000 kg) om zodat de wieken recht op de wind staan. De werking van de spruiten kun je vergelijken met het stuur op je fiets.
De burgemeester is een korte stevige balk voorin de kap direct tussen de eerste en de tweede balk. Op de eerste balk rust de as. Hij heet de windpeluw. Vind je dat geen mooie oude naam? Peluw is een ander woord voor kussen dus iets wat je hoofd draagt bij het liggen. De tweede balk heet de stormbalk. In sommige molens zijn er links en rechts van de burgemeester nog twee balken die helpen om de windpeluw op z'n plek te houden die heten: de wethouders."

Waarom waren molens vroeger zo belangrijk?
Molenaar Johannes: "Molens waren vroeger zo belangrijk omdat het een prachtige uitvinding was om windkracht te gebruiken om te malen (graan, kalk en metselspecie, kruiden), te pompen (water), te pletten (graan, denk aan havermout), te pellen (gort, rijst), te smeden (ijzer) enz. enz. Het waren eigenlijk kleine complete fabriekjes."

Wat valt het meest op aan een molen?
Molenaar Johannes: "De wieken natuurlijk: er zijn vier wieken, maar die zijn gemaakt van twee lange balken: de roeden. Vroeger waren de roeden van hout, nu zijn ze meestal van ijzer. Ze zijn meestal tussen de 20 en 30 meter lang. Dat is net zo hoog als twee huizen bovenop elkaar. De lengte van de roeden heet de vlucht van de molen. Misschien ben je het woord potroeden al tegengekomen. Dat zijn ijzeren roeden, gemaakt in de fabriek van de gebroeders Pot te Kinderdijk. Op de roeden zit een hekwerk waar ik zeildoek aan kan hangen. Dat doek heet een zeil. Als er weinig wind is klim ik in de wieken en rol het zeil zoveel mogelijk uit. Zo vangen de wieken meer wind. Als het hard waait rol ik het zeil weer op. Alle oude molens draaien linksom als je ervoor staat, nieuwe molens rechtsom."

Wat gebeurt er binnen in een molen als de wieken draaien?
Molenaar Johannes: "De molenwieken zitten vast aan een as: de bovenas. Om deze as is het bovenwiel bevestigd. Via een ander wiel, het bovenschijf of de bonkelaar, dat op zijn beurt vastzit aan de spil of koningsspil wordt de energie die de wieken levert  de molen ingebracht. De koningsspil is een as die als een boomstam rechtop in de molen staat. De koningsspil zorgt ervoor dat het spoorwiel, halverwege de molen, gaat draaien. Het spoorwiel ligt ook plat, net als de bonkelaar. Het spoorwiel zet met de steenspil, ook een as, de maalstenen in beweging.
Het luiwerk: In een korenmolen moeten vaak zakken meel of graan omhoog gehesen worden. Hiervoor gebruikt de molenaar de beweging van de molen, zodat hij niet zelf hoeft te hijsen. Het lui-werk: als een zak meel of graan omhoog gehesen moet worden, gebeurt dat met het lui-touw. Dit touw is om een ronde balk bovenin de molen gewonden. Als de bonkelaar draait, kan de ronde balk meedraaien en wordt het touw er omheen gewonden. De molen doet dus het hijswerk."